Zoals iedere ochtend liep hij zijn vaste rondje hard door het park. Een mooie jongen om te zien. Sportief. Een volle bos krullen. Laten we hem Arthur noemen.
Zoals altijd trok hij een sprintje langs het lange eind van de vijver en liet zich aan het einde daarvan hijgend op het houten bankje zakken om op adem te komen. Hij trok de rits van zijn blauwe hardloopjack open. Het was fris, maar hij had het warm gekregen.
Het park was nog bijna leeg. Alleen een oudere dame met een wandelstok was al op pad. Ze bleef even staan, keek naar hem en vroeg of ze naast hem mocht komen zitten.
Arthur was graag op zichzelf. Maar hij was niet onaardig. Met een klein handgebaar maakte hij plaats.
Ze ging zitten en keek glimlachend naar zijn T-shirt, zichtbaar onder het open jack. In grote letters stond erop:
Vrijheid! En daaronder: Ik heb niemand nodig.
“Mmm,” zei ze peinzend. “Interessant T-shirt. Dus jij hebt niemand nodig in het leven?”
Arthur haalde zichtbaar geïrriteerd zijn koptelefoon van zijn hoofd. Hij had geen zin in een praatje zo vroeg. Hij knikte kortaf, alsof hij wilde zeggen: wat wilt u?
“Ik vroeg me af,” ging ze rustig verder, “of dát voor jou vrijheid is. Dat je niemand nodig hebt.”
“Voor mij wel,” zei hij.
“Interessant,” mompelde ze, terwijl ze knikte.
“Ik doe het leven graag alleen,” zei hij. “Ik heb een online bedrijf, werk vanuit huis en verdien goed. Ik plan mijn dagen zonder afspraken en ga het liefst alleen op vakantie. Dan hoef ik niets uit te leggen en met niemand rekening te houden. Ik heb niemand nodig.”
De vrouw knikte opnieuw en streek met haar rimpelige hand zacht over de mouw van zijn hardloopjack.
“Heb je enig idee,” vroeg ze, “hoeveel mensen ervoor nodig waren om ervoor te zorgen dat jij dit jack vanochtend kon aantrekken?”
Arthur keek haar vragend aan. Hij snapte niet waar ze heen wilde.
“Ik heb het gewoon gekocht,” zei hij. “In een hardloopzaak.”
“Juist,” zei ze. “Dus er was een winkelier die besloot dit jack in te kopen. Die het een plekje gaf in zijn winkel.
Er was een chauffeur die het daarheen reed. En iemand die het uitlaadde.
Waarschijnlijk is het eerst in een magazijn geweest, waar mensen het sorteerden, opsloegen en weer doorstuurden.”
Ze liet haar blik even over het jack glijden.
“Maar daarvóór was er een atelier. Mensen die grote lappen stof ontvingen. Iemand die een patroon ontwierp. Iemand die de stof knipte. Anderen die het jack zorgvuldig in elkaar zetten.
Die stof kwam weer uit een weverij, waar garens tot stof werden verwerkt. En die garens kwamen van katoenvezels die eerst gesponnen moesten worden.”
Ze tikte zachtjes tegen zijn mouw.
“En voordat dat allemaal kon, waren er boeren die katoen zaaiden. Die het land verzorgden. Water gaven en oogstten.
Dan heb je nog de mensen die deze blauwe kleur maakten. En de mensen in de ritsfabriek. En kijk,” zei ze, terwijl ze zijn mouw pakte, “zelfs de knoopjes zijn door weer andere handen aangeraakt.”
Arthur zweeg. Zijn blik werd zachter.
“En dan zijn er al die vervoerders ertussenin,” ging ze verder. “Al die vrachtwagens, schepen, planningen, schema’s. Al die mensen die elkaar misschien nooit ontmoet hebben, maar wel samenwerkten om dit jack bij jou te krijgen.”
Ze keek hem aan en glimlachte.
“Ik denk,” zei ze, “dat er honderden mensen betrokken zijn geweest bij het feit dat jij hier nu zit. In dit hardloopjack. Denk niet dat je niemand nodig hebt in deze wereld. Niemand doet dit leven alleen. We zijn met zichtbare én onzichtbare draadjes met elkaar verbonden.”
Terwijl ze sprak, trok ze voorzichtig aan een los draadje bij een knoop op zijn mouw. Zoals ze al verwachtte, liet de knoop los. Ze ving hem behendig op.
“Heb je naald en draad in huis, jongen?”
Hij schudde zijn hoofd.
“Dan neem ik dat morgen voor je mee,” zei ze. “Dan zet ik de knoop er weer aan. Ik heb hem er tenslotte ook afgehaald. Morgen, zelfde tijd, hier op dit bankje.”
Zonder zijn antwoord af te wachten stond ze op en liep weg. Net toen Arthur zijn koptelefoon weer op wilde zetten, draaide ze zich nog even om.
“Fijn hè,” zei ze met een glimlach, “dat er mensen zijn die muziek maken.”
3 reacties
Geweldig!!
Helaas wordt veel stof niet meer van katoen gemaakt. Maar van polyester en derivaten van olieproducten. Maar toch blijft het een mooi verhaal.
Wat moeten we doen of hoe kunnen we mensen hiervan bewust maken.
Marjolein, jij kan het!
Op hoop van zege! Ik word er soms zo mistroostig van. Sorry.
X
Blijf kijken naar alle mooie en goede dingen die er ook in je leven zijn Carine. Hou het klein, in je eigen wereldje. Je hebt met je eigen trillingsfrequentie veel méér invloed dan je denkt op de wereld. Vermijd de media want daar worden we allemaal mistroostig van! De vrije wil die we hebben is dat zelf kunnen bepalen waar we ons focus op richten. Je hebt méér invloed met je trillingsfrequentie op de wereld dan je denkt. Ik zal daar snel eens een artikel over schrijven.
Mooi inspirerend verhaal
Daar ben ik niet altijd bewust van
Dankjewel ✨️