We slapen allemaal, elke nacht opnieuw. Toch is het een van de vreemdste dingen die er zijn. Want waar ben jij eigenlijk als je slaapt? Je lichaam ligt in bed, je gedachten vallen stil en je vertrouwde gevoel van controle zakt weg. Alsof jij tijdelijk oplost. Maar ook weer niet helemaal.
Wat slaap over jou onthult.
Slaap vind ik een fascinerende ingang om over bewustzijn te praten. Want als je wilt begrijpen dat jij méér, grootser, bent dan alleen je lichaam en de gedachten in je hoofd, dan is slaap een verrassend goed begin. We beginnen niet bij een ingewikkelde theorie, maar bij iets wat je elke nacht zelf ervaart.
Zodra je goed tot je laat doordringen wat er elke nacht met je gebeurt, ga je met andere ogen naar jezelf kijken.
Dan wordt het logischer dat je meer invloed hebt op je werkelijkheid dan je is geleerd. Niet alleen door wat je doet of denkt, maar ook door hoe je bent. Door je staat van bewustzijn. Door de frequentie waarop je leeft. Maar laten we bij het begin beginnen. Bij slaap.
Iedere nacht maak je een buitengewone reis.
Elke nacht doe je iets heel mysterieus, waar je misschien nog nooit echt bij hebt stilgestaan. Je gaat liggen, doet je ogen dicht en op een gegeven moment verdwijn je. Niet je lichaam, maar jij. Degene die jij ‘ik’ noemt. Je naam, je persoonlijkheid, je gedachten, je zorgen, je toekomstplannen, je hardnekkige overtuigingen; alles verdwijnt gewoon.
En toch gaat er ook iets door. Iets dat niet helemaal jij is, maar ook niet helemaal niet jij. Alsof er onder jouw gewone persoonlijkheid nog iets anders aanwezig is. Iets wat groter is. Boeddhisten noemen dat de leegte: een ruimte van puur bewustzijn die overblijft wanneer je dagelijkse identiteit even ‘op vakantie’ gaat.
Hoe bijzonder is het eigenlijk dat je elke nacht bewijst dat je blijkbaar prima kunt bestaan zonder je gewone zelf.
Zo jammer dat we van iets mystieks zoiets doodnormaals hebben gemaakt. Want het wordt nog interessanter. Want soms, als jij zogenaamd weg bent, ontstaan er complete werelden. In je dromen ontmoet je mensen die je nooit eerder hebt gezien, voer je gesprekken en beleef je de vreemdste avonturen. Alles voelt echt, tot je wakker wordt. Soms herinner je je er ’s morgens nog maar flarden van, soms zijn ze glashelder. Maar wie maakt die werelden eigenlijk? Wie beschikt over zoveel creativiteit? Niet jouw gewone persoonlijkheid, want die was even uit beeld.
Bewustzijn heeft jou niet nodig om te bestaan.
Dit deel van jou wat blijft in je slaap noemen we bewustzijn. Je kent het overdag waarschijnlijk als de waarnemer in jezelf, de stille observator van je gedachten. Degene die soms ineens opmerkt: waarom maak ik me hier zo druk om? Of: wil ik dit eigenlijk wel denken?
Dat persoonlijke bewustzijn lijkt overdag altijd aanwezig. Het is als het ware de getuige van jouw leven. Maar in je slaap verdwijnt ook die vertrouwde waarnemer.
In je slaap lost je persoonlijke bewustzijn op in iets groters: het grotere geheel van bewustzijn zelf.
En hier komen we bij iets wat jouw zorgvuldig opgebouwde zelfbeeld misschien niet zo leuk vindt. Bewustzijn heeft jou niet nodig om te bestaan. Elke nacht verdwijnt je persoonlijkheid, maar je bewustzijn gaat door.
Tijdens je slaap lijkt bewustzijn vrij te stromen, niet langer begrensd door jouw persoonlijkheid. Want het is niet langer jouw bewustzijn.
Wat we bewustzijn noemen was eigenlijk nooit echt van jou. Het is gewoon bewustzijn zélf dat er altijd is.
Je zou het zo kunnen zien: overdag heeft jouw bewustzijn een vaste vorm, als een ijsklontje. ’s Nachts lost die vorm op en word je weer water. Niet verdwenen, maar terug in de grotere stroom waar je altijd al deel van uitmaakt.
Waarom worden we eigenlijk uitgerust wakker?
Naast al die avonturen in je dromen gebeurt er in je slaap nog iets anders. Er zijn ook momenten van diepe slaap, uren waarin zelfs dromen wegblijven en waarin er niets lijkt te gebeuren. Geen gedachten, geen besef van tijd, geen gevoel van een ik of een ander. En toch is daar iets.
Dat weet je omdat je na diepe slaap uitgerust wakker wordt. Je voelt het verschil feilloos. We kennen allemaal het verschil tussen acht uur goed slapen en acht uur woelen en draaien. Alsof je in diepe slaap terechtkomt in een staat van puur zijn, zonder inhoud. Het theater is leeg, de lampen zijn uit, het publiek verdwenen, de acteurs naar huis.
Misschien zijn we daar in onze meest natuurlijke staat. Jij, zonder eigenschappen. Zonder je verhaal. Zonder zelfs maar het gevoel dat je iemand bent.
Gewoon pure leegte en rust. Maar wel met alles verbonden. Is dat niet waar we onbewust zo vaak naar verlangen?
Velen zoeken die leegte in meditatie, maar in diepe slaap zinken we er iedere nacht vanzelf in weg. Totdat we ’s morgens wakker worden en ons vertrouwde ik zich weer langzaam opbouwt.
Wat zet je ’s morgens weer in elkaar?
En na uren van afwezigheid, vallen de stukjes van je identiteit als vanzelf weer op hun plek. Denk maar eens terug aan een moment waarop je uit diepe slaap wakker werd. Eerst is er alleen maar een stil, leeg gewaarzijn. Geen gevoel van iemand in het bijzonder te zijn, geen herinnering aan gisteren, geen verwachting van vandaag.
En dan beginnen de vertrouwde gedachten zich langzaam weer te vormen. Waar ben ik? O ja, planeet aarde. Dit is mijn naam, ik woon hier en ik heb vandaag twee afspraken.
Laag voor laag, herinnering voor herinnering, wordt je persoonlijkheid weer opgebouwd.
Dat doe je niet bewust zelf. Het is iets buiten jou. Maar welke kracht weet dan precies welke gedachten, herinneringen en karaktertrekken bij jou horen? Het is dezelfde kosmische intelligentie die je hart laat kloppen, een snee in je vinger laat helen en van een amandel een amandelboom maakt.
Je persoonlijkheid bouwt niet zichzelf opnieuw op. Het wordt opgebouwd door een veld van bewustzijn en intelligentie waar jij onlosmakelijk mee verbonden bent.
Jij en het leven zelf zijn veel magischer dan je geleerd is.
Als slaap ons iets laat zien, dan is het dit: jij bent veel méér dan je lichaam, je gedachten en je zorgvuldig opgebouwde persoonlijkheid. Elke nacht ervaar je, zonder dat je het doorhebt, dat er in jou iets is dat verder reikt dan de versie van jezelf die je overdag zo serieus neemt. Iets groters. Iets dat niet ophoudt wanneer jouw dagelijkse ik even verdwijnt.
’s Nachts los je op in het grotere geheel.
Als je dit echt laat binnenkomen, verandert er iets wezenlijks. Zodra je beseft dat je groter bent dan alleen je lichaam, ga je namelijk anders kijken naar de wereld om je heen en naar je eigen invloed daarop. Dan leef je niet langer in een toevallige werkelijkheid, maar in een wereld vol bewustzijn, intelligentie en onderlinge samenhang.
Dát is de wereld waarin ik leef. In mijn wereld bestaan geen toevalligheden, heeft alles betekenis en zie ik mijzelf als de co-creator van alles wat in mijn werkelijkheid verschijnt.
En als jij als bewust wezen verbonden bent met een levend veld van intelligentie, dan wordt het ineens veel logischer dat je meer invloed hebt op je werkelijkheid dan ons altijd is verteld. Niet alleen door wat je doet of denkt, maar vooral door wie je bent. Door je staat van bewustzijn. Door de frequentie waarop je leeft.
En dan dringt het pas echt door: de wereld reageert niet alleen op je daden of gedachten. Ze reageert op jou. Op jouw staat van bewustzijn.
Leef je doorgaans vanuit vertrouwen of wantrouwen? Liefde of angst? Dankbaarheid of boosheid? Wees je daarvan bewust want precies dáár begint je creatiekracht.
Heb je een vraag of een onderwerp waar je graag meer over wilt lezen? Laat het hieronder weten. Wil je niets missen, schrijf je dan in voor mijn maandelijkse Luchtpost, dan deel ik mijn nieuwste inzichten met je.